Een culturele revolutie

zinwijzer-blog-huubKort geleden werd mij gevraagd om een bijdrage te leveren aan de studiedag van de Islamitische Geestelijk Verzorgers van het Ministerie van Justitie. Ze vroegen me de film Ftah al-Bab (Open de Deur) van het Steunpunt GGZ te vertonen en in te gaan op de vraag hoe het komt dat er kennelijk zo’n diepe kloof ligt tussen de geestelijk verzorger (in het bijzonder de islamitische) en de psychiater, als het gaat om goede zorg. Voor deze geestelijk verzorgers is dat best een relevante vraag omdat een relatief groot deel van de gedetineerden moslim is en bovendien veel van hen te lijden hebben van psychiatrische problematiek.

Er zijn ongeveer 55 islamitische geestelijk verzorgers in dienst bij justitie, en dat is opmerkelijk veel als je dit vergelijkt met de GGZ of de maatschappelijke opvang. In de GGZ schijnen het er landelijk niet meer dan 15 te zijn. Het geloof is relevant voor het begrijpen of leven met psychische problemen. Dat heb ik al eerder kunnen constateren toen wij met onze DVD de Marokkaanse gemeenschap bezochten. Utrechtse Marokkanen vroegen aan de GGZ om zich meer open te stellen voor de ziekteopvattingen en genezingspraktijken waarmee de Marokkaanse gemeenschap zelf bekend is. Behandelaren hebben daar te weinig oog voor en dat leidt er nogal eens toe dat behandeling deels in het grijze circuit wordt gezocht. Als je veel problemen hebt en (dus) weinig geld, kan dat de situatie compliceren.

Met enige nuancering leken de islamitisch geestelijk verzorgers daar ook last van te hebben. Mijn betoog was dat het begrijpen van en omgaan met ziekten vormen zijn van symbolisch handelen. Daarmee bedoel ik dat we de dingen die ons overkomen in ons leven, zoals ziekte, duiden door er symbolische waarde aan toe te kennen en ze zo een plaats geven. Iemand zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat een bepaalde aandoening een straf van God is. Die symbolische betekenissen ontlenen we aan de meest fundamentele en onweerlegbare vooronderstellingen en waarden die we voor onze samenleving geldig achten. Religieuze opvattingen zijn daarin, hoe je het ook wendt of keert, in veel samenlevingen richtinggevend. Zo mag je onze samenleving zien in een joods-christelijke traditie en onze opvattingen over ziekte en zorg als gebaseerd op de diepgewortelde overtuiging dat lichaam en geest te scheiden eenheden zijn. In de huidige samenleving waarin een op de vijf inwoners van ons land niet-inheems is, levert dat in toenemende mate spraakverwarring op wanneer die vanzelfsprekende en onweerlegbare geachte opvattingen van cliënten en hulpverlener niet overeenkomen. Daarvoor zijn geestelijk verzorgers belangrijk, niet alleen islamitische, maar van alle gezindten.

De studiedag maakte ook duidelijk dat we lijden aan blikvernauwing, in ieder geval in de geestelijke gezondheidszorg. Door toenemende rationalisering van het zorgproces en het voortdurend heiligen van evidence based werken, zien we psychische problemen steeds meer als rekenprobleem en biomedisch vraagstuk. Ik zie echter ook licht gloren. Een deel van de zorg wordt vermaatschappelijkt en onder de WMO krijgen psychische problemen nieuwe betekenissen: als participatievraagstuk. Als het niet zo’n beladen begrip zou zijn, zou ik zeggen: “We zijn op weg naar een culturele revolutie.” Wat me zorgen baart zijn degenen die achterblijven in de GGZ. Zou voor hen gaan gelden dat ze nog meer dan voorheen onder een monocultuur gebukt gaan? God behoede ons.

Huub Beijers