Inzet kinderen bij herstel verslaafde ouder

Dagblad Trouw, dec 2016: Minderjarige kinderen van, aan drugs of drank verslaafde ouders,  moeten een formele rol krijgen in de behandeling van hun vader of moeder. Dat zegt Jaap van der Stel, lector psychische gezondheidszorg in Leiden. Ook het Trimbos Instituut, kenniscentrum voor geestelijke gezondheidszorg, staat positief tegenover familietherapie waarbij kind en ouder samen ‘afkicken’.

Uit een recente verkennende studie blijkt namelijk dat moeders sneller van de drank of drugs af zijn als hun kinderen deelnemen aan de behandeling. Onderzoekers van de Ohio State University volgden anderhalf jaar lang 183 verslaafde moeders. Een derde van deze moeders volgde individuele therapie, de rest volgde therapie samen met hun acht- tot zestienjarige kinderen. Na achttien maanden kwamen de laatste moeders beter uit de bus.

De familietherapie bestond uit twaalf sessies, gericht op het vergroten van emotionele verbondenheid tussen moeder en kinderen. Ook moesten zij leren op een goede manier te praten over de problemen in het gezin en leerden zij samen te zoeken naar oplossingen. Deze vorm van familietherapie is in de VS al succesvol bij het afkicken van verslaafde jongeren, maar wordt nog amper ingezet bij verslaafde volwassenen.

Nederland kent ook vormen van gezinstherapie, bijvoorbeeld bij scheidingen. In de verslavingszorg gebeurt dit vrijwel nooit, blijkt uit een rondgang langs experts en verslavingshulpverleners. Tot ergernis van lector Jaap van der Stel, die zelf ook in de verslavingszorg werkt.

Verantwoordelijkheid

Kinderen worden volgens hem te vaak onwetend gehouden. “Zij hebben echt wel door dat er iets speelt, alleen al omdat ze vaak schade ondervinden van het gedrag van hun ouders: stel dat een moeder drinkt in bijzijn van een kind, of dronken een auto bestuurt”, redeneert hij. “De verslaving is dus niet alleen een probleem voor de verslaafde zelf. Kinderen maken zich zorgen over mama, en het is goed als zij kunnen bijdragen aan herstel, mits dat op een adequate manier gebeurt.”

Wetenschappelijk medewerker Merel Haverman van het Timbos Instituut is het Van der Stel eens: “Het klinkt heftig, maar zelfs kinderen van acht hebben echt wel door dat er iets mis is met hun ouder. Het kan goed zijn om hen bij de behandeling te betrekken. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat een kind tijdens een sessie te weten komt dat mama liever van de brug af wil springen”. “Kinderen van verslaafde ouders worden vergeten en genegeerd”, zegt lector Van der Stel.

Kritiek

Maar of het deelnemen aan therapie de goede manier is om deze kinderen zelf te helpen, betwijfelt Miranda Velthuis, orthopedagoog bij Tactus, een koepel van veertig verslavingsinstellingen. “Kinderen moeten geen verantwoordelijkheid gaan voelen voor het succes van de behandeling. Dat ligt op de loer, want zij geven zichzelf gauw de schuld van de verslaving van hun ouder.”

Robert Koops, ervaringsdeskundige en begeleider: Velthuis heeft een punt. Als je kinderen al bij de therapie betrekt moet dat hooguit gaan over het herschikken van de emotionele band ouder-kind, dus niet over het groter maken, zoals in het artikel te lezen is. Er is in veel gevallen eerder te veel (ongezonde) emotionele verbondenheid, denk aan co-dependentie.

De rol die kinderen in een dergelijk proces zouden kunnen hebben is hooguit het emotioneel afkicken van de ouder. Klinkt hard, maar het is belangrijk dat kinderen leren – en verinnerlijken – dat zij niet verantwoordelijk zijn voor het gedrag of het herstel van hun ouder(s). Als het programma niet slaagt – en dat is nog altijd het merendeel – kunnen kinderen zich ook nog verantwoordelijk gaan voelen voor het falen.

Overigens, anders dan in het artikel staat aangegeven werkt Jaap van der Stel sinds 1991 niet meer in de verslavingszorg, zie zijn cv hier.