Liefde en geluk III – Brein en werkelijkheid

In het dagelijks woordgebruik bedoelen we met werkelijkheid, dat wat er echt is. De zon, de zee, de aarde en het heelal zijn van die vaststaande werkelijkheden. Hoewel? De mens heeft lang gedacht dat de Aarde plat was en dat de zon, ja zelfs het heelal, om de aarde draait! In 1600 eindigt Giordo Bruno op de brandstapel voor het verkondigde inzicht dat de aarde een bol is. Dat vinden we nu vanzelfsprekend. Wat werkelijk en werkelijkheid is, verschilt kennelijk met de tijd. En wie denkt dat we nu ruimdenkend zijn, heeft het mis.


Werkelijkheid kan alleen bestaan voor zover het werkelijk kan zijn, in onze voorstelling, ons brein dus.  Wanneer je iets waarneemt waarmee het brein niets kan, iets dat op geen enkele wijze kan worden geassocieerd met reeds aanwezige kennis, dan zal het brein het niet verwerken, naar de eigenschappen die het object van waarneming heeft.

Andersom geredeneerd, zal het brein dus alles wat het in zekere mate kent, herkennen en inpassen in bestaande werkelijkheidsstructuren. Zo zal het individu de liefde leren kennen zoals het hem is voorgesteld. Van vrije tot beklemmende liefde en alles daar tussenin.

In het volgende fragment iets over het menselijk brein en voorstellingsvermogen.



Wat betekent dit voor de liefde? Krishnamurti zou zeggen: zolang er een waarnemer is (laat zeggen, jij) die het waargenomene (zeg, je partner) vanuit zijn perceptie waarneemt (dus hoe jij denk over je partner en partnerschap – dat gekleurd is, zoals we eerder hebben gezien) is er conflict. Het conflict tussen wat de ander is in zichzelf en het beeld dat jij maakt over die ander.

Even een intermezzo: je bent op bezoek bij een goede vriend en je gaat mee, even de hond uitlaten. Je loopt met hem een rondje park. Daar aanschouw je een prachtige boom, een oude eik. Voor je het weet activeert je brein de herinneringen die je hebt aan een oude eik op het schoolplein, waar je je eerste vriendinnetje een zoen gaf. Het was een tederheid die je nadien nooit meer zo gevoeld hebt. Je raakt vervuld met weemoed en zonnige herinneringen. Die eik daar in werkelijkheid (in dat park) krijgt nog meer kleur en waardering, puur door je associatie. Voor die eik maakt dat niet uit. Maar als je later verliefd wordt op iemand die op dat eerste vriendinnetje lijkt? Wat is dan werkelijk?

Krishnamurti volgend: Zou je geen beeld maken van de ander maken, geen perceptie voeden, geen verwachtingen hebben als je je geliefde weer ziet, dan zie je de werkelijkheid en val je daarmee samen. Dat zou dan liefde zijn, de afwezigheid van denken, van het maken van (ideaal)plaatjes, van het zijn met wat is.

Wat voor een geliefde geldt, geldt ook voor anderen, voor dieren, voor je hobby, voor je totale omgeving, voor hoe je vakantie verloopt enz enz. Hoe minder beelden en verwachtingen in ons hoofd, hoe meer we een zijn met wat is. Dat wat in zichzelf niet verandert door onze gedachten, maar wel verandert in onze beleving door onze gedachten.

Liefde begint dan met liefdevolle vriendelijkheid, het aangaan van het open contact, zonder de hele riedel van beelden, vooroordelen, meningen, kennis van zaken enz. Hoe meer je in staat bent om open contact aan te gaan, hoe meer liefde er (in jezelf) gaat stromen.

Toch is er ook binnen de liefde een mechanisme dat lijkt op wat je op het einde van het filmfragment (op 12:30 min.) hebt kunnen zien. Dat herkennen van liefde zonder kennis en gedachten, interpretaties lijkt ook te werken als twee liefdevolle mensen elkaar treffen. Er zijn (in feite) geen woorden nodig.

Een utopie zul je zeggen. Zeker als je het bereiken van de ultieme, liefdesrelatie als hoogste doel ziet. Een doel wat – afgaande op het betoog van Jan Geurtz – in  deel IV aan bod komt: de relatie als middel tot toedekking van zelfafwijzing.